Stuurtechniek

De IJssel is een mooie, maar ook gevaarlijke rivier om op te roeien, daarom is het belangrijk dat de stuurman/vrouw goed weet wat te doen bij scheepvaart en hoge golven. Speciaal hiervoor is er veel informatie beschikbaar voor beginnende sturen.

Op deze pagina een aantal tips & tricks en op de onderaan de pagina Kribbigheden een aantal artikelen geschreven door Daventriaan Jolt Oostra. Ook het Binnenvaart Politie Regelement dienen sturen te kennen!

Algemeen

  1. Houdt in principe de stuurboordwal, in verband met ander scheepvaartverkeer, tenzij het veiliger is de bakboordwal te houden. Mijd steile walkanten: hier staat vaak een fors hogere deining.
  2. Blijf uit de buurt van beroeps- en pleziervaart. De beroepsvaart heeft voorrang (ook veerpontjes), en het vaargedrag van pleziervaart is vaak erg onvoorspelbaar!
  3. De stroom in de IJssel is in het midden van de rivier sterker dan aan de randen (of tussen de kribben). Hier kan de stuur - als de scheepvaart dat toelaat - handig gebruik van maken. Bij het stroom-op varen heb je door het dicht langs de kribben varen minder last van de tegenstroom. Stoom-af vaar je iets verder van de kribben om van de stroming te profiteren.
  4. Let bij de stad op de nieuwe langskribben
  5. Zie het Binnenvaart Politie Regelement voor uitgebreide uitleg van vaarregels.

Omgaan met deining
Wanneer een schip nadert (of oploopt) kunnen C-boten over het algemeen rustig doorvaren (desnoods in light paddle). Belangrijk is dat je rustig doorvaart.

Wanneer het schip echter grotere deining produceert, is het verstandiger om te laten lopen. In de meeste gevallen heb je te maken met 'ronde' golven. Leg de boot dan parallel aan de golven. De roeiers houden hun bladen plat op het water. Dat draagt bij aan de stabiliteit en je zult merken dat de boot door de golf wordt opgetild. Als de hoogste golven zijn verdwenen, roei je in light paddle weg.

Op ronde golven ga je parallel aan de golven liggen. Bij scherpe golven juist haaks op de golven.

Ronde golven
(vooral door vrachtschepen)
  • veel draagvermogen (tillen roeiboot op)
  • parallel aan de golven gaan liggen
Scherpe golven
(vooral door patrouille- en pleziervaartuigen)
  • weinig draagvermogen (slaan naar binnen)
  • haaks op golven gaan liggen

Korte schepen met veel vermogen produceren vaak een nare deining met scherpe golven. Scherpe golven hebben weing draagvermogen en tillen de boot niet op, maar kunnen wel over hele lengte binnenslaan. Leg de boot daarom ECHT haaks op de golven. Laat de roeiers in de inpik zitten, waardoor de boeg nog iets opgetild wordt en er de minste kans is dat er water binnen slaat.

Wat te doen bij een tegemoet komend schip?
Parallel gaan liggen aan de golven bij een tegemoetkomend schip:
Zover mogelijk er vandaan sturen. (Ervan uitgaande dat je aan stuurboordzijde van de rivier vaart): Laat Lopen, Houden Stuurboord. De boot komt stil te liggen en draait al vrijwel in de gewenste positie namelijk parallel aan de golf.



In het geval van scherpe golven kunt u beter haaks op de golven gaan liggen:



Wat te doen bij een oplopend schip?
Parallel gaan liggen aan de golven bij een oplopend (=inhalend) schip:
Zover mogelijk er vandaan sturen. Laat Lopen, Houden Bakboord. De boot komt stil te liggen en draait al vrijwel in de gewenste positie namelijk parallel aan de golf.

NB: Maak niet de veel voorkomende fout door roeiend parallel aan de golven te sturen, want dan vaar je juist naar het schip toe.

Bij scherpe golven bij voorkeur haaks op de golven gaan liggen:

Voor deze manouvre is veel tijd nodig en is het dus belangrijk dat de stuur tijdig de beslissing neemt om haaks op de golven te gaan liggen.

Rond maken op de IJssel
In het midden van de IJssel is de stroming veel sterker dan aan de randen of langs de kribben. Tussen de kribben staat zelfs een lichte stroom in tegengestelde richting. Bij het rondmaken dient hiermee rekening te worden gehouden c.q. gebruik van te worden gemaakt.

Fout rond maken
Als we roeiend rond maken, zoals in onderstaande figuur, gebeurt het volgende; de boeg van de boot komt in bijna stilstaand water, terwijl het achterschip nog vol in de stroom zit. Het achterschip wordt daardoor de verkeerde kant op geduwd.

Goed rond maken
Als je stroom-op gaat; zet de boeg van de boot in de sterkere stroming waardoor de boot  vanzelf gaat draaien (boot 1 t/m 8).

Als je stroom-af gaat; stuur de boeg in de richting van de wal. Zodra deze in de tragere stroom terechtkomt, zet de sterkere stroom tegen het achterschip de boot om (boot 5 t/m 8).

N.B. Van deze truc kun je ook gebruik maken in de volgende situatie:

U roeit stroom-op en wordt ingelopen door een vrachtschip. U ligt dan ongeveer in de positie van bootje 2 van de tekening hierboven. Terwijl u wacht tot de deining voldoende is afgenomen, duwt de stroom u in de positie van bootje 3. Van daaruit rondmaken over stuurboord lukt niet. Draai dan gewoon met de stroom mee totdat u in positie 8 terecht komt en pak weer op. M.a.w. maak gebruik van de stroom!

Kribbigheden

Kribbigheden Nr.1 Bellnote dec 2009 - Stroom: waar wel/niet laten lopen
Kribbigheden Nr.2 Bellnote feb 2010 - Stilliggen = gaande houden
Kribbigheden Nr.3 Bellnote apr 2010 - Rondmaken op stroom 1
Kribbigheden Nr.4 Bellnote juli 2010 - Rondmaken op stroom 2
Kribbigheden Nr.5 Bellnote sep 2010 - Omgaan met deining 1: leg stil die boot!
Kribbigheden Nr.6 Bellnote okt 2010 - Omgaan met deining 2: nooit ernaar toe
Kribbigheden Nr.7 Bellnote dec 2010 - Omgaan met deining 3: haaks of parallel-1
Kribbigheden Nr.8 Bellnote mrt 2011 - Omgaan met deining 4: haaks of parallel-2
Kribbigheden Nr 9 Bellnote apr 2011 - Omgaan met deining 5: haaks of parallel - 3
Kribbigheden Nr.10 Bellnote juli 2011 - Havens uit- en invaren (1) Zandweerd
Kribbigheden Nr.11 Bellnote sept 2011 - Havens uit- en invaren (2) Kanohaven
Kribbigheden Nr.12 Bellnote okt 2011 - Het pontje